Voor de klassieke techniek kies je voor een langere balk met brede wielen voor een goede afzet. Afhankelijk van de snelheid die je wilt hebben, kies je voor PU, snel rubber of langzaamrubber. De snelheid van een rubberwiel is te meten door het te laten stuiteren. Stuitert deze hoog terug dan is dit een snel rubberwiel, ligt het wiel in een keer op de vloer dan is dit een langzaam rubber wiel welke veel wrijving geeft. Voor de klassieke techniek gebruik je niet te hoge wielen aangezien dit de stabiliteit vermindert.


Voor de skatingtechniek kan je een keuze maken in wedstrijdski’s en trainingsski’s. Wedstrijdski’s zijn er om zo hard mogelijk op te gaan, dus met een korte balk, wendbaarder, van 53 cm en hoge smalle wielen. De wielen mogen maximaal 100mm zijn. Hier zijn ook verschillende Pu samenstellingen te krijgen, welke weer andere rijeigenschappen geven. Ook de hardheid van het wiel speelt hierin een rol. Een zachter wiel geeft weer meer comfort een harder wiel is bij glad asfalt meestal sneller (minder vervorming, dus minder rolweerstand). Hardheid varieert van 70-100 A.


Trainingski’s geldt dat je ook hier weer een keuze moet maken waar je voor wilt trainen. Om de skating techniek in de sneeuw goed na te kunnen bootsen, kies je voor een iets langere balk met iets berdere rubber of langzame PU wielen. Hierdoor kan je de ski goed plat neerzetten en kan je de techniek van de sneeuw goed nabootsen. Wil je meer weerstand op je wedstrijdski’s, dan kan je kiezen voor 1 of 2 rubberwielen. Je houdt dan dezelfde ski waar je wedstrijden op doet dus ook behoudt van de wedstrijdtechniek.