De lengte van de stok is afhankelijk van de lichaamslengte en techniek (klassiek of skating) maar ook van de vaardigheid en kracht van de langlaufer (hoe vaardiger en sterker des te langer de stokken) en van het parkoersprofiel (vlakkere parkoersen: langere stokken). Voor de lengte gelden de volgende regels.
Klassiek: tussen oksel en schouderhoogte (79%-85% van de lichaamslengte).
Skating: Schouder tot oorlelhoogte (85%-90% van de lichaamslengte).
Skike: 90% van de lichaamslengte.